weeshuis

Het Amsterdams Historisch Museum is sinds 1975 gevestigd in de gebouwen van het voormalige Burgerweeshuis. De gevels, de poorten, de regentenkamer en de jongens- en meisjesbinnenplaats herinneren nog steeds aan het weeshuis. In en rond de regentenkamer wordt een korte geschiedenis van het weeshuis verteld. In een interactief programma over het weeshuis zijn bovendien veel oude foto's te bekijken. Van dit programma zijn hieronder enkele korte fragmenten te zien.
Download onderaan de pagina de brochure Jongens en meisjes; Het leven in het Amsterdamse Burgerweeshuis (pdf bestand 7Mb)

Het Burgerweeshuis
Het Burgerweeshuis werd omstreeks 1520 gesticht in een huis aan de Kalverstraat. In 1579 verhuisde het naar het voormalige St. Luciënklooster, dat op de plaats van het huidige museum stond. De middeleeuwse kloostergebouwen werden geleidelijk aan afgebroken en in de 17de eeuw vervangen door nieuwbouw.

Poorterkinderen
Om opgenomen te kunnen worden in het Burgerweeshuis moesten de ouders een aantal jaren poorter zijn geweest. Een poorter was een officiële burger van de stad, die aan zijn poorterschap een aantal burgerrechten kon ontlenen. Maar lang niet alle inwoners van Amsterdam waren poorter, waarvoor eenmalig 'poortergeld' betaald moest zijn. Waren de ouders te kort poorter van de stad of te arm om dit 'burgerrecht' te kopen, dan werden de wezen ondergebracht in één van de vele kerkelijke weeshuizen of in het Aalmoezeniers- weeshuis. Begin 19de eeuw werd het poorterschap afgeschaft. Vanaf 1819 kon daarom iedere Amsterdamse burger zich tegen betaling laten inschrijven in het register van het Burgerweeshuis. Eventuele verweesde kinderen waren dan zeker van goede verzorging.

Het kostuum
Burgerwezen waren herkenbaar aan hun kleding. Zij droegen een bijzonder uniform: de jasjes en de jurken waren links rood en rechts zwart. Door de eeuwen heen veranderde er van alles aan het kostuum, maar de basis van rood-zwart bleef tot aan de afschaffing in 1919 hetzelfde. En zoals alles in het weeshuis, was ook het dragen van het kostuum aan strenge voorschriften gebonden. In de 19de eeuw groeide de waardering voor folkloristische kostuums in Nederland. In die tijd nam ook de belangstelling voor het weeshuis- kostuum toe en schilderden kunstenaars als Nicolaas van der Waay (schilderij op de achtergrond), Max Liebermann en Thérèse Schwartze burgerwezen. In 1919 schafte het Burgerweeshuis de uniformkleding af.

Het dagelijks leven
Het dagelijks leven verliep volgens strenge regels. Eten, drinken, slapen, kleden, voor alles bestond een reglement. Dat was nodig om de honderden kinderen in het gareel te houden. Voor veel jongens en meisjes zal het leven in het tehuis daarom niet altijd makkelijk geweest zijn. Een voorbeeld is het verhaal van de wezen Wijnberg, die in 1888 in het weeshuis kwamen. De lotgevallen van deze kinderen en het dagelijks leven in het tehuis zijn onderwerp van een audiovisueel programma dat in het museum te zien is.

De regentenkamer
De regentenkamer bestaat nog steeds en is voor het publiek toegankelijk. Van 1634 tot 1960 was deze statige kamer de vergaderzaal van de regenten (het bestuur) van het Burgerweeshuis. Bij de verbouwing tot museum in de jaren 1960 is een poging gedaan de 17de-eeuwse sfeer van deze kamer zoveel mogelijk te reconstrueren en is onder meer het fraaie beschilderde plafond gerestaureerd. De groepsportretten hangen sinds de 17de eeuw in deze zaal. De huidige inrichting lijkt echter sterk op die van na 1879. Toen werd de kamer opnieuw ingericht, in een destijds modieuze 'oud-Hollandse' stijl: 17de-eeuwse meubels werden gecombineerd met 19de-eeuwse gordijnen en kleden. De marmeren vloer is bij de restauratie in 1975 aangebracht.

Het archief van het Burgerweeshuis
Het archief van het Burgerweeshuis bevindt zich in het Stadsarchief van Amsterdam, aan de Vijzelstraat 32. Een onderzoek naar voorouders die in het weeshuis hebben gewoond, begint bij het raadplegen van de zogenaamde 'kinderboeken' in dit archief (1567-1809, PA 367, oud archief, inv. nrs 616 t/m 628; 1810-1960, PA 367, nieuw archief, inv. nrs 478 t/m 481). In deze boeken werden alle inschrijvingen van burgerwezen bijgehouden. Staat een kind hier niet in vermeld, dan was het geen burgerwees.

In de 20ste eeuw woonden er ook 'stadsbestedelingen' in het weeshuis. Deze kinderen staan niet geregistreerd in de administratie van het Burgerweeshuis, maar in de inschrijfboeken van de 'Inrichting voor Stadsbestedelingen'. Voor onderzoek naar deze kinderen verdient het aanbeveling contact op te nemen met de informatiebalie van de studiezaal in het Stadsarchief.